Eengezinswoningen: wat is het effect van de afbouw van de saldering voor uw huurders?

Posted on 20 mei, 2019 in MCorpeleijn

Wat kost dit de huurder?

Minister Wiebes heeft aangekondigd “Vanaf 1 januari 2023 wordt de salderingsregeling stapsgewijs afgebouwd, waarbij de hoogte van het fiscale voordeel geleidelijk afneemt tot nul in 2031.” Zie hier de beleidsbrief. Hoe de minister dat precies ziet is nog niet geheel duidelijk (afbouwen in even grote stappen? Definitie fiscale voordeel? Blijven energiebedrijven verplicht om voor teruggeleverde stroom wel de verkoopprijs te rekenen?).

Desalniettemin heb ik eraan gerekend, en ik kom tot het volgende (zie grafiek):

  • Veel huurders gebruiken op jaarbasis de helft van de stroom direct zelf. Hoeveel stroom huurders zelf gebruiken, kan met dit model berekend worden. Die helft van de stroom blijft altijd de waarde houden, en wordt zelfs duurder door indexering. Dus als corporaties de helft van het huidige voordeel vragen, houden huurders in principe altijd voordeel. Zelfs als de teruggeleverde stroom nul waard wordt.
  • Logischerwijs heeft de huurder tot 2023 veel voordeel, en daalt dit daarna naar 2031. Vanaf 2031 werken tegen elkaar in: de degradatie van het systeem (nadeel voor huurder), de indexering van de kosten van de bijdrage (nadeel voor huurder), en de stijging van elektriciteitskosten (verwachte indexering, hogere vermeden lasten dus meer voordeel)

Met dit model kan men zelf aan de knoppen draaien, en zien wat de effecten zijn.

Wanneer houdt de huurder voordeel?

Huurders lopen risico op termijn nadeel te hebben bij een flinke startbijdrage, of een flinke jaarlijkse verhoging in combinatie met een lange looptijd.

Externe investeerders zoals Wocozon vragen vaak 80% van de huidige besparing. Zeker als daar veel panelen per huishouden worden gelegd (hoog percentage teruglevering) verwacht ik dat dit nadelig zal uitpakken voor huurders op termijn.

Is een garantie op voordeel verstandig?

Veel huurders zien graag dat de corporatie garandeert dat de huurder voordeel houdt. Corporaties vinden dit lastig, omdat ze niet kunnen beheersen welke keuzes de rijksoverheid maakt. Echter, met wat rekenwerk en aannames kunnen corporaties wel berekenen wat het risico is voor de huurders. Als dat risico meevalt, kan zo’n garantie geboden worden. Het is dan wel wijsheid om uit te gaan van de situatie voor de gemiddelde huurder, dit om veel administratieve kosten te voorkomen. Een voorbeeld: “Woningcorporatie X heeft met de huurdersvereniging afgestemd dat als het voordeel voor de huurders wegvalt, de bijdrage als volgt zal worden verlaagd. Als de nieuwe regeling voor de gemiddelde huurder met zonnepanelen op basis van een gemiddelde situatie zo negatief uitpakt dat hij of zij duurder uit is dan de gemiddelde huurder zonder panelen, dan verlagen wij de vergoeding voor alle huurders zodanig dat de gemiddelde huurder met zonnepanelen niet meer duurder uit is.”

foto maartenMaarten Corpeleijn (1979) adviseert op jaarbasis 25 woningcorporaties en beleggers rond de uitrol van zonne-energie. Ondersteuning loopt van beleid, tot aanbesteding en management van de uitvoering, tot training en coaching. Zonnig Huren is de grootste onafhankelijke adviseur op dit gebied.

Op zonnighuren.nl vindt u veel artikelen, en onze referenties en dienstverlening.
Reactie op / vragen over dit blog zijn welkom op: maarten@huurenergie.nl